♫What do I know I ought to grow
But do I ever?♫
— Kensington, Do I Ever
Er zat al jaren iets onder de oppervlakte te duwen. Een weten misschien. Of een richting. Ik wist het wel, maar ik gaf het geen ruimte. Ik had er geen tijd voor. Of geen moed. Of allebei. Of gewoon eerlijk: ik was te bang.
Al sinds ik mij kan herinneren, heb ik het idee dat ik wil schrijven. Spreken. Van betekenis zijn voor anderen die een extra stem kunnen gebruiken.
Maar ik dacht altijd: waarover dan. Waarom dan? Wie ben ik om te denken dat ik dat kan? Wat is mijn verhaal eigenlijk? Wie zit hier nou op mij te wachten. Nou ja, excuses komen in vele vormen. En ze houden je weg van wat je echt wil, maar te bang voor bent.
Mijn ziekte- en herstelproces maakten langzaam aan scheurtjes in mijn kogelwerende pantser dat ik om mijn diepste wens had gebouwd. Langzaam begon er weer wat licht op te schijnen.
Langzaam. Want langzaam gaat het. Excuses liggen er voor het oprapen. En in plaats van minder, bracht mijn ziekte- en herstelproces er mij meer. Hé want wie verwacht er nu, na alles wat ik heb meegemaakt, nog iets van mij? Het hoeft niet als ik niet wil. Ik heb de ‘kankerkaart’, de joker van het leven. Ik heb een reden, ik heb chemo gehad, hallo!
En dáár zit precies de kern. Er kwam geen stem uit de hemel. Wel een barst in mijn pantser. Een inzicht.
Ik heb in dit leven veel verloren. Maar het grootste verlies zou zijn: een leven waarin ik mijn droom geen kans heb gegeven.
En dat wens ik jou ook toe. Niet de ziekte. Niet de chemo. Niet het trauma. Maar ik wens je wél dat inzicht toe.
“I don’t wish you the stroke, but I wish you the grace from the stroke.”
— Ram Dass, Going Home
Luister naar wat je eigen stem al jaren tegen je zegt. Voel waar je vuur van gaat vlammen. Beweeg. Ook al is het niet snel, of perfect. Maar beweeg.
Want wachten tot het juiste moment, is precies hoe je het moment mist.
Dus beweeg, uit vrije wil, niet omdat een knappe dokter je vertelt dat je tijd er misschien op zit.