Lieve wij,

Ik zeg wel lieve, maar eigenlijk meen ik dat niet. Zo lief zijn wij niet voor elkaar geweest.

Ik dacht altijd dat er een wij was. Vanzelfsprekend. Want wij gingen samen naar de kroeg om stoom af te blazen. Wij bedreven de liefde, en dachten dat dit voor eeuwig was. We belden met elkaar na de meest frustrerende of geweldige dagen, en wisten dat onze diepste geheimen veilig waren bij elkaar. We waren op elkaars verjaardagen, feestdagen en trokken er samen met onze kinderen op uit. We beklommen bergen en vierden vakanties. We maakten herinneringen, en dachten aan een toekomst. We deelden lief en leed. Klein leed. En we dachten dat we er altijd voor elkaar zouden zijn, bij voor- én tegenspoed.

Dat dacht ik. En jij dacht dat waarschijnlijk ook. We dachten het.

Totdat mijn leed echt lijden werd.

Een diagnose die mijn leven een andere betekenis gaf. Ik was ik niet meer. En alsof dat niet genoeg was, was er ook geen wij meer. Alleen nog ik. En jij. Jij was niet de enige, dus voor mij werd jij zij.

Zij ja. Je voelt het ook toch? De afstand.

In dit geval creëert 1 letter een wereld van afstand. In Wij is er plaats voor jou en mij. In Zij is er onoverbrugbare afstand tussen jou en mij.

Ik bleef over. Niet meer of minder dan de ik die ik was in wij.

Maar ineens ging jij mij anders behandelen. Voorzichtiger benaderen. Er ontstond afstand. Alsof ik een doodenge besmettelijke ziekte had. Geloof mij, mijn diagnose was doodeng, maar voor zover ik weet niet besmettelijk.

Toen pas begreep ik dat ons wij nooit zo sterk was als ik had gedacht. Het was geen wij die naast elkaar bleef staan tijdens de storm.

Ik geloofde dat je naast mij zou staan als de muziek stopte en de stilte oorverdovend werd.

De stilte was het ergste. Jij ging door met je leven. En ik zag het gebeuren. De vrolijke foto’s die je stuurde met de feestdagen. Het beeld van: mijn leven gaat gewoon door. Terwijl ik ondertussen de scherven bij elkaar raapte om de kerst überhaupt door te komen.

Wat ik zo nodig had, was dat ene kleine gebaar. Niet nog een foto, niet nog een bos bloemen, maar gewoon een vraag. “Hoe zijn deze dagen voor jou?”

Die vraag kwam nooit.

Eerste kerstdag. Stille nacht. Maar niet heilig. Oorverdovend: stil.

Last Christmas, I gave you my heart
But the very next day you gave it away
This year, to save me from tears
I’ll give it to someone special
— Wham!, Last Christmas

Ik had je nodig in de stilte. Maar je bleef niet. En nu wil ik het niet meer.
We zijn een Kerst verder. Ik weet niet waar jij bent. Jij koos een ander pad.

Mijn jaar bestond uit stilte. Rouw. Acceptatie. Hoop. Kleine stappen vooruit, reuzenstappen terug.

Maar meer dan ooit ben ik dichter bij mij gekomen dan dat ik ooit in wij was.

Ik moest eerst ik vinden. Pas daarna is er ruimte in wij voor mij.  

Liefs aan mij,

Ik

Deel dit bericht:
Facebook
LinkedIn
WhatsApp
Pinterest
Email

Ik ben Ingeborgh.

Het leven sloeg hard toe. Hard, rauw, soms oneerlijk. Maar ik bleef staan. Geen idee hoe, maar echt. Mijn verhalen gaan over leven met alles erop en eraan. Ook als het instort.

Lees verder...