Naar de maan

Hey, ik droom al maanden van een tripje naar de zon
En dat begon toen ik je ogen voelde kijken naar m’n mond
Zou dit iets buitenaards zijn? Kom ik hier nog bovenop?
Ik heb zin in jou en je sterrenstof

— Maand & De Jeugd van Tegenwoordig, Naar de maan

Ik droomde al maanden van een tripje naar de zon. En toen ik zijn ogen naar mijn mond voelde kijken, dacht ik: misschien is dit het moment.

We ontmoetten elkaar op een datingapp, net op het moment dat ik klaar was met datingapps. Dat soort timing. Hij viel op. Omdat hij écht vragen stelde. En omdat hij grapte dat Meppel (waar ik woon) toch ligt tussen Staphorst en Ruinerwold, beide plaatsen bekend uit het nieuws. Mijn humor. Zijn toon was serieuzer dan ik gewend was, maar misschien was dat wel precies wat ik nodig had.

Eindhoven

Onze eerste date was in Eindhoven. Hij was kleiner dan ik. Ik had altijd gezworen: no way. Maar ja, zittend aan cocktails is iedereen even lang, en eerlijk is eerlijk, we hadden een geweldige avond. Onze energie, zijn aanstekelijke enthousiasme.

We zoenden bij het afscheid. En hij nodigde me meteen uit om de volgende avond bij hem te komen eten. Spoiler: ik bleef het hele weekend.

We dachten allebei: dit wordt geen toekomstverhaal. Dat maakte het luchtig. Licht, lekker op afstand van elkaars dagelijks leven. Maar juist daardoor groeiden we ongemerkt naar elkaar toe.

Athene 

Hij ontmoette mijn kinderen. Ik ontmoette zijn hond. We gingen al snel samen naar Athene. Daar vertelde hij dat hij eerlijk wilde zijn over dat hij nog medicatie slikte. Een heel klein kwartje van een antidepressivum. Omdat hij ooit een mindere periode had gehad.

Ik luisterde, maar het klonk alsof het allemaal niet zoveel voorstelde. Ik vroeg nog wel waarom hij er dan niet mee stopte. Hij zei iets over gewoonte, afbouwen. En we lieten het erbij. De Akropolis wachtte tenslotte op ons. Helaas bleek die na het beklimmen van de berg gesloten. Onze fysieke arbeid werd op de Griekse dag van de arbeid niet beloond.

Rhodos

Die zomer gingen we wederom op vakantie, weer naar Griekenland, Rhodos dit keer. Samen met mijn dochters. Op dag twee besloten we dat we het eiland graag wilden verkennen. We huurden een quad en scooter.

Na een heerlijke dag rijden, lachen en zwemmen, verloor ik door een gat in de weg de macht over het stuur. Mijn dochter en ik vlogen van de quad af, die schoot terug de weg op en raakte de scooter waar hij en andere dochter op zaten.

Ambulances. Bloed uit een helm. Een openliggend been. Een gebroken schouder. Mijn bovenbeen in puin. Ziekenhuis, chaos, repatriëring.

Meppel

Maar een paar breuken en operaties hielden ons niet tegen. We kozen toch voor elkaar. We besloten te gaan samenwonen, startend in het noorden. Met als stip op de horizon, een verhuizing naar het zuiden.

Zestien dagen later kreeg ik de diagnose: uitgezaaide darmkanker.

En daar kwam de echte klap.

Mijn wereld stond stil. Maar de zijne begon te wiebelen. Hij trok zich terug. Verdween steeds vaker naar zijn huis in het zuiden.

Ik had het zwaar met mijn diagnose, met de behandelingen. Maar mijn diagnose versterkte zijn kwetsbaarheid. Hij overzag het leven niet meer.

In plaats van steun, voelde ik leegte. Ik was ziek, maar ik moest hem ook dragen. Hij was fysiek aanwezig, maar emotioneel afwezig. En dat klinkt hard, want ik begreep het ook wel. Maar het was te veel. Voor hem. Voor mij. Voor ons.

Ik wilde zó graag dat dit anders zou zijn. Dat ik niet weer degene was die zichzelf verloor in een relatie waarin de ander die niet kon dragen. Maar daar zat ik weer. Ziek. Moe. Alleen. En verantwoordelijk voor alles en iedereen.

Tijdens mijn laatste chemo besloten we dat hij definitief terug zou gaan. En dat voelde dubbel. Een opluchting. En een rouwproces. Want dit was niet hoe het moest zijn. En toch was het precies zoals het was.

Na de behandelingen, toen ik weer een beetje mens werd, wilde ik nog één normaal gesprek. Niet met een hoofd vol chemo, maar gewoon: mens tot mens.

We spraken af. En wat een afronding moest zijn, werd een opening. We voelden dat er nog iets was. Dus we probeerden het opnieuw. Op afstand. Op hoop. Met nog meer bagage.

Amalfi

We besloten samen opnieuw een tripje te maken, dit keer naar de Amalfikust. Dit was de eerste keer dat we weer langere tijd samen doorbrachten. Ik merkte aan alles: jij bent er niet.

De periode die na thuiskomst volgde was moeilijk. Het escaleerde. Vechten voor je relatie op afstand. Er alles aan doen om iemand te bereiken die onbereikbaar is. Ik zag zijn gevecht.  En het was even simpel als hard: dit was niet mijn gevecht.

De weken en maanden erna was het stil. Veel te stil. Maar ik had nog hoop. Ik hoopte dat hij zijn weg uit zijn duisternis zou kunnen vinden. Dat we op een goed moment in elkaars leven konden zijn, niet als partners, maar wel als vrienden.

Totdat ik het bericht kreeg dat alle hoop vervaagde. Hij was er niet meer. Hij zag het licht niet meer in dit leven. En toen werd het écht stil.

Laatste reis

Ons afscheid was bijzonder. Het was donker, en koud. En ineens brak de zon door toen ik in het laantje voor zijn deur stond. Alsof hij me overspoelde met zijn warmte, ons laatste tripje naar de zon ☀️

Deel dit bericht:
Facebook
LinkedIn
WhatsApp
Pinterest
Email

Ik ben Ingeborgh.

Het leven sloeg hard toe. Hard, rauw, soms oneerlijk. Maar ik bleef staan. Geen idee hoe, maar echt. Mijn verhalen gaan over leven met alles erop en eraan. Ook als het instort.

Lees verder...