Dankbaarheidsblahblahblah

Ik overleef (tot nu toe) kanker. En dan volgt het volgende level van herstel: de dankbaarheid. Niet voorgeschreven door een arts, maar door de maatschappij. Want dankbaarheid is de norm.

Ik zou wel dankbaar zijn, toch? Als je bent geconfronteerd met sterfelijkheid, dan ineens zou je dankbaar moeten zijn. Voor elke nieuwe dag. Voor je artsen. Voor de kans die je hebt gekregen. Voor het feit dat ik er nog ben. Alsof alle andere 8 miljard mensen dat niet hoeven te zijn? Terwijl zij net zo sterfelijk zijn als ik?!

Ik ben dankbaar dat ik in Nederland woon, waar ik nooit heb hoeven kiezen tussen mijn behandeling en boodschappen doen. Dankbaar dat verpleegkundigen, artsen en onderzoekers zich jarenlang kapot hebben gestudeerd, om mij, en vele anderen, te kunnen helpen. En ook dankbaar voor de mensen die geld hebben ingezameld, die de K*Tberg ontelbaar vaak zijn opgefietst, waardoor nog meer onderzoek mogelijk werd, waardoor ik nog leef.

De waarde van dankbaarheid

Maar hoe dankbaar moet je zijn, hoe meet je dat eigenlijk? Ik dacht aan één ding dat goed inzicht geeft in waarde: euro’s.

Ik was nieuwsgierig naar wat mijn behandeling had gekost. Bij de bank van het leven sta ik inmiddels dik in de min. Ik noem het: mijn schuld van overleven.

Net als bij een bank-app kon ik via de zorg-app alle declaraties inzien. Ik moest het alleen nog even zelf optellen (lezen jullie mee, app-ontwikkelaars?). Scans, operaties, chemo’s, nazorg… Alles bij elkaar? Zeker tachtigduizend euro. In het eerste jaar.

Ik ben onder de indruk van dit bedrag. Maar ik voel me ook verantwoordelijk. Alsof ik nu moet bewijzen dat ik het waard ben geweest. Niet alleen de fysieke zorg, maar ook alle keiharde euro’s die er in mij geïnvesteerd zijn, door ons allemaal.

Alsof ik nu iets moet terugdoen, iets groots, indrukwekkends, iets met betekenis. Hoe vaak zou ik die berg op moeten fietsen voor tachtigduizend euro?

De fooi op mijn schuld

En dan hebben we ook de euro’s die niet op de rekening staan. Misschien is het de fooi op de schuld? De onzichtbare rekening die je stilzwijgend wordt gepresenteerd. Niet in cijfers, maar in verwachtingen.

All we ever hear from you is blah, blah, blah
So, all we ever do is go ya, ya, ya
And we don’t even care about what they say
‘Cause it’s ya-ya, ya-ya
Blah-blah, blah-blah

— Armin van Buuren, Blah Blah Blah

En dat zie je terug in de reacties van anderen. Goedbedoeld. Maar ook beklemmend. “Je bent er toch nog?” “Je hebt het zo goed gedaan.” “Wat zul je dankbaar zijn.”

Alsof mijn antwoorden vol dankbaarheid worden geturfd. Alsof ik het alleen waard ben als ik altijd positief ben. Alsof ik, na het Grote Overleven, geen last meer mag hebben van het gewone. Alsof ik verheven ben van alledaags geklaag. Een buitenaards perspectief cadeau heb gekregen.

Maar het gewone is niet verdwenen. Sterker nog: het is nu zwaarder. Omdat alles anders voelt.

Ik leef nog. En ja, dat voelt soms als een wonder. Geloof mij, als iemand daar bewust van is, dan ben ik het wel. Mijn leven, weet je nog. Ik klaag amper. Maar ik hoef daar niet elke dag voor op de tafel te dansen.

Dankbaarheid is geen verplichting, het telt alleen als je het écht meent. En dat doe ik, voor de dingen die ik het waard vind. En die staan niet op de rekening. Dat is de echte fooi die ik geef.

Deel dit bericht:
Facebook
LinkedIn
WhatsApp
Pinterest
Email

Ik ben Ingeborgh.

Het leven sloeg hard toe. Hard, rauw, soms oneerlijk. Maar ik bleef staan. Geen idee hoe, maar echt. Mijn verhalen gaan over leven met alles erop en eraan. Ook als het instort.

Lees verder...