God, geef mij de kalmte

“God, geef mij de kalmte
om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
de moed
om te veranderen wat ik wel kan veranderen,
en de wijsheid
om het verschil te zien.”

— Reinhold Niebuhr, Serenity Prayer

Als jij dit gebed kent, is de kans groot dat je zelf met verslaving te maken hebt gehad, van jezelf, of misschien in je omgeving. Ook ik kwam er niet zomaar mee in aanraking.

Jarenlang leefde ik in een relatie waarin een onzichtbare verslaving langzaam alles onderuit trok. De verslaving was niet van mij, maar van mijn partner.

Wat ongrijpbaar leek, bleek uiteindelijk een waarheid waar je niet omheen kon. En tegen de tijd dat ik het zag, zat ik al vast in het web.

Achteraf is het makkelijk. Als je de eindconclusie kent, zie je overal VERSLAVING in hoofdletters terug. In alle gekke momenten, in elke keer dat je het nét niet kon grijpen omdat er één schakel ontbrak.

Maar zo simpel is het niet. Verslaving is een sluipmoordenaar. Veranderingen in gedrag zijn subtiel, leugens zijn klein, de bedragen die verdwijnen laag. Tot het niet meer te missen is.

Een relatie met iemand die verslaafd is betekent: de verslaafde geeft alles aan zijn verslaving. Echt alles. Leugens, bedrog niets is te veel zolang de verslaving maar gevoed wordt.

En de ander, ik in dit geval. Ik gaf alles aan de verslaafde. Niet bewust. Onbewust heb ik jarenlang de verslaving gefaciliteerd. Ik ging hem ontzien. Ik ging nog meer werken. Ik toonde nog meer begrip. Ik deed alles. En met alles wat ik extra gaf, stelde ik hem in staat zijn verslaving te laten groeien.

Verslaving is een rupsje-nooit-genoeg. Het vreet zich zonder genade een weg door jouw zorgvuldig onderhouden tuin, door de bloemen waar je elke dag liefde in stopte.

Dit was de situatie waar ik, en de kinderen, jarenlang mee dealden. Anders dan mijn ex, die dealde met heel andere dingen.

Zelfs toen het moment kwam waarop hij door de mand viel, toen ik hem in het bijzijn van familie confronteerde met mijn vragen en vermoedens, loog hij. Hij gaf toe verslaafd te zijn, maar aan andere middelen. Zelfs op dat moment wilde hij zijn échte verslaving nog beschermen. Zó diep zit de ziekte van verslaving.

Voor mij voelde zijn erkenning, ik ben verslaafd, ik heb een probleem, als een opluchting. Ik was niet gek. Jarenlang had ik het gevoel gehad dat ik een kinderkleurplaat aan het maken was. Zo’n tekening met genummerde puntjes: als je de lijntjes trekt, verschijnt er een kasteel. Mijn tekening bleek een luchtkasteel.

Maar de puzzel was af. En dat gaf rust. Na jaren met een onzichtbare last op mijn schouders te hebben geleefd, was er ineens een plaatje dat ik aan de buitenwereld kon laten zien. Dít is wat er al die tijd gaande was.

Dat was het moment van onze eerste breuk. Ik dacht: nu komt er ademruimte.

“God, geef mij de kalmte
om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen”

En voor een deel was dat ook zo. Maar het leven ging door. Met verdrietige kinderen. Met stress. Met verhalen die ineens aan het licht kwamen. Want ik was niet de enige bij wie de kwartjes vielen. Ook de omgeving blijkt achteraf talloze signalen te hebben gezien, opvallend genoeg om te blijven hangen, maar net niet duidelijk genoeg om aan de bel te trekken.

Na die confrontatie stopte het gebruik. Ik zag weer iets terug van de man op wie ik ooit verliefd werd. Dat gaf hoop. Hij koos om naar een kliniek te gaan. Dat gaf nog meer hoop. Vijf weken lang. Ik besloot hem te steunen. Ik geloofde in wie hij was zonder het monster dat in hem huisde.

Hij zat vijf weken afgesloten van de wereld, all-inclusive aan zichzelf te werken. En begrijp me niet verkeerd, verslaving is een ernstige ziekte waar niemand voor kiest. Maar het contrast is groot voor wie achterblijft. Ik moest blijven zorgen. Blijven werken. Geen zorgverleners voor mij. Geen 5 weken rust van alles dat maar doordraait. Van de ballen die ik in de lucht hield.

Tuurlijk, er waren heus opties. Maar die sloten totaal niet aan bij wat wij op dat moment nodig hadden.

Ik dacht, ik hoopte, ik geloofde: straks wordt het beter. Zoals het ooit was, vóór de verslaving. Dat je op dat moment offers brengt voor de toekomst die je samen voor ogen had. Dus toen hij thuiskwam, ging ik er vol voor.

Voor hem werkte dat anders. Zijn relatie met zijn verslaving bleek dieper geworteld dan zijn relatie met mij. Of met onze kinderen. Onze relatie, en ons gezin braken alsnog.

“de moed
om te veranderen wat ik wel kan veranderen”

Een breuk met de vader van je kinderen is nooit helemaal. We begonnen met gedeeld ouderschap, onder de voorwaarde van soberheid. Maar hoe weet je hoe het er bij de ander thuis aan toe gaat? Jarenlang had ik niets gemerkt, zelfs niet toen we onder één dak leefden, dus daar maakte ik mij geen illusies over. We hadden in het ouderschapsplan afspraken gemaakt over hoe we situaties aan zouden pakken als er vermoedens van gebruik waren. Maar afspraken werken alleen als iedereen hetzelfde doel heeft.

Hoe zorgde ik dat mijn dochters veilig woonden bij hun vader. Met alles wat ik inmiddels wist. Ik wilde geen onrust creëren. Geen verkeerde conclusies trekken. Niet schudden aan het breekbare fundament. Ik wilde hun band beschermen.

En voor mijn dochters.  Hoe vertel je aan je moeder dat je je zorgen maakt om je vader? Als dat misschien betekent dat je daar niet meer mag wonen? Het is hartverscheurend. En er is denk ik geen goed antwoord op.

Mijn oudste dochter trok aan de bel. Zij had vermoedens, maar niet alleen dat, ze had onderzoek gedaan. Een helder verhaal. Ik herkende alles. Ervaringen die ik haar nooit had verteld, hoorde ik haar zeggen. Alsof ik mijzelf hoorde praten.

De periode daarna was ingewikkeld. Ik wilde niet keihard zijn. Ik zocht naar oplossingen. Naar een vorm waarin het contact kon blijven bestaan. De situatie werd uiteindelijk onhoudbaar. De kinderen wonen nu volledig bij mij.

Maar dat betekent niet dat deze periode geen invloed meer heeft op ons leven. Het verleden, zijn keuzes, zijn gedrag, ze hebben nog dagelijks impact op ons gezin. Op zichtbare en onzichtbare momenten.

Waar we nu staan met zijn drieën is niet het beeld waarmee we ooit zijn begonnen aan dit gezin. Maar daarom niet minder mooi. Ik ben trots op dit gezin, waar we nu zijn. Mijn dochters zijn zó dapper. Zó eerlijk. En zo wijs. Ik heb diepe bewondering voor hoe zij omgaan met hun complexe werkelijkheid.

Want hij is en blijft hun vader, dat zal nooit veranderen. Hoe hun relatie eruitziet, dat is aan hen. Daar kan ik niets meer voor doen. En dat hoeft ook niet meer.

Ik heb geleerd dat ik niet verantwoordelijk ben voor de keuzes van een ander, wel voor de mijne.

“en de wijsheid
om het verschil te zien”

Deel dit bericht:
Facebook
LinkedIn
WhatsApp
Pinterest
Email

Ik ben Ingeborgh.

Het leven sloeg hard toe. Hard, rauw, soms oneerlijk. Maar ik bleef staan. Geen idee hoe, maar echt. Mijn verhalen gaan over leven met alles erop en eraan. Ook als het instort.

Lees verder...